Beenstanden van paarden

Bruin paard staat op het gras

Paarden hebben verschillende soorten beenstanden. Deze beenstanden zijn het meest belangrijk tijdens een keuring. Op een keuring wordt het paard op de stand geïnspecteerd en beoordeeld. In dit artikel vind je de meest voorkomende beenstanden van een paard:

 

Bokbenig

Een ander woord voor bokbenig is kromme knie. Bij bokbenen staat het paard in de knieën. Oudere paarden die veel hebben gewerkt, ren- of springpaarden, komt bokbenig vaak voor. Bij een bokbenig voorbeen is de knie iets achter de loodlijn waardoor je een hol voorbeen ziet. Bij springpaarden zijn bokbenige voorbenen geen nadeel, ze hebben beter kniegebruik en slijten daardoor minder snel. Paarden in andere disciplines, zoals dressuur, komt bokbenigheid minder vaak voor.

Als paarden over de tijd bokbenig gaan staan is het een ander verhaal. Het is mogelijk dat er een probleem is in het voorbeen of hoger. De beweging door een bokbenige stand wordt er niet beter op maar het is wel mogelijk dat het paard nog kerngezond is.

 

Holle knie

Een hol in de knieën is het tegenovergestelde van bokbenigheid. Een holle knie is vaak aangeboren en veroorzaakt onevenredige belastingen van de banden, pezen en peesscheden van de voorbenen. Dergelijke paarden hebben weleens de neiging te struikelen.

 

Ondergeschoven stand

Bij een ondergeschoven stand staan de benen te ver onder de massa. Het tegenovergestelde van een gestrekte houding. Bij een gestrekte houding loopt het spaakbeen en pijpbeen in een schuine lijn naar voren of achter. Hierdoor komt het been voor of juist achter de massa terecht.

Een ondergeschoven stand kan erfelijk zijn. Het kan ook het gevolg zijn van pijn aan de achterzijde van de voet. Bij een aantal aandoeningen binnen de hoornschoen kan het paard bij pijn in de achterste hoefhelft ook behoefte hebben het been over de loodlijn te zetten.

 

Gestrekte stand

Bij een gestrekte stand is het been te gestrekt. Het spaakbeen en pijpbeen lopen in een schuine lijn naar voren of achter. Het been komt hierdoor voor of juist achter de massa terecht. Een gestrekte stand is het tegenovergestelde van een ondergeschoven stand.

 

Bodemwijde stand

Als de benen in een schuine lijn vanaf de schouder naar buiten lopen wordt dit een bodemwijde stand genoemd. Een paard staat hierbij te wijd onder de massa.

 

Bodemnauwe stand

Het tegenovergestelde van bodemwijde stand is bodemnauwe stand. Hierbij staat een paard te krap onder de borst en achterhand. De buitenhelft van de hoeven zal daardoor zwaarder worden belast dan de binnen helft. Hierdoor slijten gewrichten en hoeven onevenredig en dat kan leiden tot scheve hoeven.

 

Franse stand

De Franse stand kom voor bij loodrechte beenassen. De voet as maakt van voren gezien een afwijkende hoek naar buiten. Het paard heeft een groter steunvlak dan normaal en de gewrichten worden onregelmatig belast.

 

Troontredend

Naast dat de benen nagenoeg recht zijn en naar buiten gericht bij de Franse stand, is dit compleet het tegenovergestelde bij de troonrederstand. Hierbij draait de hoef naar binnen. Toontredend is bij veulens nog goed te corrigeren mits het alleen in het onderste gedeelte van het been aanwezig is.

 

Koehakkige stand

Een koehakkige stand wordt ook wel X-benen genoemd. De buitenkanten van de voorkniegewrichten worden zwaarder belast dan normaal. De reden hiervoor is dat het spaakbeen vanaf de schouder schuin naar binnen loopt.

Precies het tegenovergestelde van de X-benen worden O-benen genoemd.

 

Sabelbenigheid

Bij een sabelbenige stand ligt het spronggewricht onder de zitbeenderen. Deze beenstand wordt ook wel krom of gebogen genoemd. Sabelbenigheid kan alleen in de achterbenen van een paard voorkomen. Als de hoek van sabelbenigheid te klein wordt, geeft het een grotere belasting.

Als je en springpaard hebt zie je liever een wat steiler achterbeen dan een sabelbenig achterbeen, als het maar niet te steil is.

Vos kleurig paard staat op het gras

Voetstanden

Naast beenstanden hebben paarden ook nog verschillende voetstanden:

 

Steile kootstand

Bij een steile kootstand staan de koten onder een grotere hoek dan 50 graden. De schok wordt minder goed gebroken en er is sprake van extra slijtage van de gewrichten.

Steile stand gaat vaak gepaard met gallen. Deze kootstand ziet men wel bij oudere paarden die door slijtage in de knieën staan. Steile kootstand duidt ook op pijn in de ondervoeten. Paarden hebben dan een stotende gang.

 

Bokhoef

Een bokhoef wordt ook wel beervoetigheid genoemd. Het is een stand waarbij de voetas naar voren gebroken is. Er is sprake van sterke slijtage van de buigpezen, banden en peesscheden op de achter vlakte van het kootgewricht. Bokhoef komt meer voor aan de achterbenen dan aan de voorbenen.

 

Week gekoot

Een voetas is minder steil dan 45 graden bij een weke koot. Door het diep doortreden heeft het slijtage van vooral de buigpezen tot gevolg. Weke kootstand gaat gepaard met slechte consitutie, oftewel slecht ontwikkelde spieren en gewrichten.

 

Kan je de afwijkingen voorkomen?

De meeste van deze afwijkingen die je hierboven hebt kunnen lezen zijn een overbelasting van de gewrichten en pezen waardoor er slijtage kan optreden. De ene afwijking doet meer kwaad dan de ander. Om de kans op een afwijking zo klein mogelijk te houden zorg voor een goed beslag en laat jonge paarden om de 6-8 weken bekappen.

Hoeveel sterren geef jij dit artikel?

5/5

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.